Algemeen
Alles over regeldagen bij je baby en wanneer ze voorkomen
Niene -
maart 11, 2026
Regeldagen bij baby's zijn een algemeen verschijnsel: veel baby's krijgen er op vaste momenten in hun eerste levensjaar mee te maken en het kan voor ouders best even pittig zijn. Het valt direct op als je baby ineens veel vaker om voeding vraagt, meer huilt en minder goed slaapt dan normaal. Op deze momenten maakt de groei van je baby een sprongetje en heeft je kind tijdelijk extra behoefte aan voeding, aandacht en nabijheid. Weten wanneer regeldagen meestal plaatsvinden, helpt je om ze te herkennen en er ontspannen mee om te gaan.
Kennismaken met regeldagen
Regeldagen zijn periodes waarin een baby in korte tijd meer wil drinken of eten dan anders. Zo’n periode duurt meestal een tot drie dagen. Het kind is vaak rusteloos, lijkt niet snel tevreden en hangt vaker aan de borst of drinkt sneller uit de fles. Het komt allemaal voort uit een groeispurt in ontwikkeling of lengte, wat maakt dat de behoefte aan energie omhoog gaat. Door vaker te drinken of te eten, stimuleert de baby de melkproductie bij borstvoeding of verhoogt hij zijn calorie-inname bij flesvoeding. Dit is een normaal stukje van opgroeien, waar bijna alle baby’s mee te maken krijgen.
Typische momenten voor regeldagen
Groeifases en regeldagen vallen meestal samen. Over het algemeen zijn er vaste periodes waarin deze dagen voorkomen:
rond dag tien na de geboorte
bij drie tot vier weken
rond zes weken
na drie maanden
rond de zesde maand
Dit zijn de momenten waarop het lichaam van je kind snel groeit. Je merkt deze dagen extra goed op wanneer je borstvoeding geeft: de baby wil ineens veel vaker drinken. Maar bij flesvoeding kan het kindje net zo goed onrustiger worden en meer willen eten. Soms laat het kind ook ander gedrag zien, zoals meer huilen, clingy zijn of onrustig slapen.
Herkennen van regeldagen in de praktijk
Ouders twijfelen vaak of hun baby wel genoeg melk binnenkrijgt tijdens zo'n intensieve periode. Dat is begrijpelijk, want de baby vraagt op deze dagen veel meer om voeding. Tekenen van een regeldag zijn: de baby wil bijna onafgebroken drinken, is huilerig of lijkt steeds honger te hebben. Daarnaast kan het zijn dat je kind slechter in slaap valt, kortere dutjes doet of ongewoon aanhankelijk is. Het is belangrijk te onthouden dat deze periode vanzelf weer overgaat. Na een paar dagen zijn de voedingen weer op het oude ritme en merk je vaak dat je baby weer tevredener is. Geef op zulke momenten gerust toe aan de behoefte van je kind; het hoort bij de groei en ontwikkeling.
Omgaan met regeldagen in het dagelijks leven
Deze dagen vragen wat meer van ouders. Soms lijkt het alsof je continu aan het voeden of troosten bent. Wees niet bang dat je melkproductie tekortschiet; het vaker aanleggen of voeden zorgt er vanzelf voor dat de melkproductie zich aanpast. Geef tijdens zo’n periode extra knuffels, rust samen wat meer uit en maak het jezelf zo gemakkelijk mogelijk. Als je twijfelt of het gedrag van je baby goed past bij regeldagen of als je je zorgen maakt om de gezondheid, neem dan contact op met het consultatiebureau of je huisarts voor geruststelling.
Veelgestelde vragen over regeldagen bij baby's
Wanneer komen regeldagen meestal voor bij baby's?
Regeldagen komen vooral voor rond dag tien, bij drie of vier weken, zes weken, drie maanden en zes maanden na de geboorte. Op deze momenten maakt een baby een groeispurt door.
Hoelang duren regeldagen bij een baby?
De meeste regeldagen duren een tot drie dagen. Daarna komt je baby vaak weer terug in het gewone voedings- of slaappatroon.
Is het normaal dat mijn baby continue voeding vraagt tijdens een regeldag?
Het kan normaal zijn dat je baby op een regeldag vaak om een voeding vraagt. Hierdoor past de melkproductie zich aan en voldoet die weer aan de vraag van je kind.
Moet ik iets aanpassen in de voeding tijdens regeldagen?
Tijdens regeldagen hoef je in principe niets aan te passen, behalve je baby voeden op verzoek. Dit helpt je kindje door deze groeiperiode heen.
Hoe weet ik zeker dat het een regeldag is en niet iets anders?
Bij regeldagen wil een baby vaker drinken, huilt hij meer en slaapt minder goed. Als je baby koorts heeft of ziek oogt, neem dan contact op met de huisarts, want dan kan er iets anders aan de hand zijn.
Lees hier
Lastige kinderen? Dit is misschien juist je geluk
Niene -
maart 10, 2026
Het komt algemeen voor dat ouders, leraren en andere opvoeders soms worstelen met lastige kinderen. Misschien heeft je kind een sterke eigen wil, luistert hij niet goed of is hij snel boos. Een kind dat zich lastig gedraagt vraagt veel aandacht. Toch kun je deze situaties ook anders bekijken. Niet alles wat moeilijk lijkt, is per se slecht nieuws. Sterker nog, een kind dat problemen geeft in de omgang, kan juist een mooie kans bieden. In deze blog lees je hoe jij slim omgaat met eigenwijze kinderen en ontdek je dat ‘lastig zijn’ onverwachte voordelen heeft.
Ieder kind is uniek en laat zich niet altijd sturen
Ieder kind groeit op met zijn eigen karakter en temperament. Sommige kinderen zijn rustig en passen zich makkelijk aan. Andere kinderen zijn snel gefrustreerd, praten veel tegen, of doen vaak wat ze zelf willen. In onze samenleving zijn algemeen regels en afspraken nodig om samen te kunnen leven. Toch past niet ieder kind zich daar zonder moeite aan aan. Een sterke eigen wil betekent ook vaker een botsing thuis of op school. Dit gedrag is niet alleen lastig, maar hoort ook bij het ontdekken van wie je zelf bent en wat jouw plek is. Door verschillen te accepteren zie je dat elk kind talenten heeft die de moeite waard zijn om te ontdekken.
Waarom ‘lastig’ helemaal niet negatief hoeft te zijn
Wat lastig gedrag wordt genoemd, is vaak een vorm van aandacht vragen of grenzen opzoeken. Veel deskundigen laten zien dat eigenwijze, kritische of gevoelige kinderen juist eigenschappen hebben waar je later veel aan hebt. Een kind dat snel in discussie gaat, leert onderhandelen. Een dromerige puber zoekt naar creativiteit en vrijheid. Wat nu lastig is, kan uitgroeien tot kracht. Door te zoeken naar het positieve in lastig gedrag, kijk je verder dan alleen de problemen. Je ontdekt misschien nieuwe kanten aan je eigen kind en aan jezelf. Het is algemeen bekend dat kinderen zonder tegenwicht soms juist later vastlopen.
Samenwerken en zoeken naar wat werkt
Ouder zijn, leerkracht zijn of begeleider zijn: je zoekt steeds naar manieren om samen te werken met kinderen. Dat gaat niet vanzelf. Het helpt om niet alleen naar het vervelende gedrag te kijken, maar samen te onderzoeken wat er achter zit. Vaak speelt er iets anders: stress, moeheid, verveling, of iets op school. Door hierover te praten, maak je contact in plaats van afstand. Samen zoeken naar oplossingen zorgt voor minder strijd, en voor meer rust in huis of in de klas. Ook kleine stapjes vooruit verdienen aandacht. Het is verstandig om zo algemeen mogelijk steun en hulp te zoeken, bijvoorbeeld bij familie, vrienden of een deskundige als je er zelf niet uitkomt.
Omdenken geeft een frisse kijk op opvoeden
De visie van Omdenken, bekend uit het boek ‘Lastige kinderen? Heb jij even geluk’, leert je om het probleem van een andere kant te bekijken. Niet alles hoeft ‘beter’ of ‘anders’, soms is het simpelweg omkeren van je idee al een oplossing. Heeft jouw zoon of dochter een sterke eigen mening? Dat is niet per se tegendraads, maar juist een teken van zelfstandigheid. Valt je kind op in de klas? Zie het als een signaal dat hij aandacht en ruimte nodig heeft. Als ouder of opvoeder hoef je niet alle grip te hebben. Het mag algemeen duidelijk zijn dat niemand het altijd perfect doet. Door situaties om te denken, word je vaak milder en kun je sneller lachen om kleine botsingen. Je ziet dan kansen in plaats van problemen.
Groei voor ouder en kind
Lastige momenten zijn niet altijd makkelijk, maar zorgen wel voor groei. Door samen grenzen te verkennen, leer je elkaar beter begrijpen. Ouders leren van kinderen, en kinderen leren op hun beurt weer van volwassenen. Dit maakt de band in huis vaak sterker. Problemen worden mogelijkheden. Kinderen die niet altijd luisteren, leren op hun beurt veel over zichzelf. Dit helpt ze later, als ze volwassen zijn, bij het nemen van hun eigen beslissingen. In het algemeen leidt het toelaten van een beetje tegendraads gedrag tot meer zelfstandigheid en sterker zelfvertrouwen. Door open en eerlijk te blijven, houd je het contact levendig en positief.
Veelgestelde vragen over lastige kinderen en geluk
Zijn lastige kinderen moeilijker te opvoeden?
Lastige kinderen vragen soms meer geduld en aandacht, maar je kunt ze meestal net zo goed begeleiden als andere kinderen. Het helpt om naar de reden van het gedrag te kijken in plaats van alleen te straffen.
Is lastig gedrag altijd een probleem?
Lastig gedrag kan een probleem lijken, maar vaak is het ook een manier van groeien en grenzen zoeken. Het hoeft niet altijd iets negatiefs te betekenen voor de toekomst van een kind.
Wat kun je doen als het lastig gedrag blijft duren?
Als het gedrag blijft of erger wordt, kun je hulp zoeken, bijvoorbeeld door te praten met een leraar, een buur of professionele begeleiding. Soms helpt het om samen naar oplossingen te zoeken zonder de situatie te forceren.
Kunnen lastige kinderen later goed terechtkomen?
Veel lastige kinderen ontwikkelen sterke kanten zoals doorzettingsvermogen, creativiteit en zelfstandigheid. Met steun en begrip groeit hun zelfvertrouwen en vinden ze hun eigen weg.
Lees hier
Tot wanneer geloven kinderen meestal in Sinterklaas?
Niene -
maart 8, 2026
Tot wanneer geloven kinderen meestal in Sinterklaas? Het is algemeen bekend dat kinderen rond de basisschoolleeftijd vol verwachting uitkijken naar de komst van Sinterklaas. Dat roept de vraag op: tot welke leeftijd blijven kinderen echt geloven in het Sinterklaasverhaal? In bijna elk gezin komt er een moment dat kinderen beginnen te twijfelen. Toch verschilt het sterk per kind. Sommige kinderen horen al vroeg dat Sinterklaas niet bestaat, terwijl anderen nog in groep 6 of zelfs ouder vast blijven houden aan het verhaal. Wat zijn nu de redenen voor deze verschillen? En hoe kun je als ouder hiermee omgaan? In deze blog lees je meer over de leeftijden waarop kinderen hun geloof in Sinterklaas verliezen, wat belangrijke momenten zijn en hoe je met vragen en twijfels omgaat.
Het magische geloof van jonge kinderen
De gezelligheid van december brengt voor veel kinderen het echte Sinterklaasgevoel. Jonge kinderen, vooral in de onderbouw van de basisschool, leven volledig op in het verhaal over Sinterklaas en zijn Pieten. Zij geloven zonder twijfel dat Sinterklaas met zijn stoomboot uit Spanje komt en dat het paard ’s nachts over het dak rijdt. Vaak begint dit magische geloof rond de leeftijd van drie of vier jaar. Kinderen kunnen zich goed inleven in fantasiefiguren en hebben nog geen idee dat het misschien anders kan zijn. In deze periode is het leuk om samen liedjes te zingen, verlanglijstjes te maken en je schoen te zetten. Voor veel ouders is deze tijd erg bijzonder om mee te maken.
Twijfels en ontdekking rond groep 4 en 5
Naarmate kinderen ouder worden, komen ze in contact met oudere kinderen op school of krijgen ze meer vragen. Dit gebeurt meestal tussen zeven en negen jaar. Vooral als kinderen in groep 4 of 5 zitten, ontstaan de eerste twijfels. De schoen is misschien wel op een andere plek gezet, of Sinterklaas schrijft wel heel herkenbare letters. Kinderen vergelijken verhalen en leggen verbanden met hun eigen ervaringen en wat ze van anderen horen. Vriendjes of oudere broers en zussen vertellen soms al dat Sinterklaas niet echt bestaat. Kinderen kunnen dan zoeken naar bevestiging: klopt het wat ze vermoeden? Niet elk kind stelt deze vragen hardop, sommige kinderen houden hun twijfels liever voor zichzelf. De manier waarop ouders reageren, speelt hierin een grote rol.
De overstap van geloven naar weten
Wanneer kinderen doorhebben dat het Sinterklaasverhaal niet helemaal klopt, is dat vaak een belangrijk moment in hun ontwikkeling. Dit gebeurt meestal rond acht of negen jaar, hoewel het in het algemeen kan verschillen. Sommige kinderen houden het geloof nog een jaartje vol, terwijl anderen zelf actief op zoek gaan naar het echte verhaal. Ouders kiezen soms een rustig moment om hierover met hun kind te praten, zeker als er andere kinderen in het gezin zijn die nog wel geloven. Het helpt om open en eerlijk te zijn, en mee te gaan in de gevoelige manier waarop kinderen hierop reageren. Voor veel kinderen is het een teleurstelling, maar ook een spannende ontdekking. Vaak vinden zij het leuk om daarna ‘in het geheim’ te helpen om het geloof voor jongere broertjes of zusjes in stand te houden.
Verschillen tussen gezinnen en omgeving
De leeftijd waarop kinderen stoppen met geloven in Sinterklaas kan behoorlijk verschillen per gezin of omgeving. In sommige families loopt het sinterklaasfeest door tot groep 6 of soms zelfs later. Ouders en oudere kinderen helpen dan actief mee om het verhaal levend te houden. Op veel scholen wordt in groep 5 of 6 het sinterklaasfeest aangepast, bijvoorbeeld door surprises te maken. Dat is voor veel kinderen het teken dat ze oud genoeg zijn om te weten hoe het zit. Toch zijn er grote verschillen, vaak afhankelijk van wat er in de klas of buurt gebeurt. Sociale media en gesprekken op het schoolplein versnellen soms het proces. Het blijft belangrijk voor ouders om in te spelen op het tempo en de gevoelens van hun eigen kind. Niemand is gemiddeld, want elke situatie is anders.
Veelgestelde vragen over het geloof in Sinterklaas bij kinderen
Vanaf welke leeftijd geloven kinderen meestal niet meer in Sinterklaas?
Meestal komt de twijfel in groep 4 of 5, dus als kinderen rond de acht of negen jaar zijn, verliezen zij vaak hun geloof in Sinterklaas. Maar bij sommige kinderen gebeurt het vroeger of juist later.
Wat kun je doen als een kind begint te twijfelen over Sinterklaas?
Wanneer een kind twijfelt over Sinterklaas, kun je op een rustige manier vragen wat het zelf denkt. Sluit aan bij het gevoel van het kind en wees eerlijk als het erom vraagt, maar laat kinderen zelf het tempo bepalen.
Is het erg als een kind langer gelooft dan de meeste leeftijdsgenoten?
Het is helemaal niet erg als een kind langer blijft geloven in Sinterklaas. Ieder kind is anders en heeft zijn of haar eigen tempo. Het belangrijkste is dat het kind zich veilig en prettig voelt.
Hoe ga je om met broertjes of zusjes die nog wel geloven?
Leg aan het oudere kind uit dat het fijn is voor jongere kinderen om te geloven en dat het leuk is om samen het geheim te bewaren. Zo blijft het feest voor iedereen speciaal.
Speelt de school een rol bij het ontdekken van het geheim van Sinterklaas?
Scholen starten in de hogere groepen vaak met surprises, waardoor veel kinderen in die tijd horen hoe het echt zit. Kinderen vergelijken ook verhalen onderling, dus school heeft zeker invloed.
Lees hier
Alles over de kinderbijslag voor 2 kinderen in Nederland
Niene -
maart 7, 2026
Hoe wordt de hoogte van kinderbijslag bepaald?
De uitkering voor kinderbijslag is niet bij iedereen gelijk. De beschikking hangt vooral af van de leeftijd van je kind of kinderen. In Nederland geldt dat je vanaf de geboorte tot aan het moment dat je kind 18 jaar wordt, recht hebt op deze ondersteuning. De bedragen veranderen naarmate je kind ouder wordt. De overheid kent drie leeftijdsgroepen: tot en met 5 jaar, 6 tot en met 11 jaar en 12 tot en met 17 jaar. Je ontvangt dus meer naarmate je kinderen ouder worden, omdat de uitgaven voor bijvoorbeeld school, sport of hobby’s vaak toenemen. Dit maakt het systeem eerlijk en helpt gezinnen met verschillende leeftijden in huis.
Bedragen kinderbijslag voor twee kinderen
De huidige bedragen liggen per kwartaal voor een kind tot en met 5 jaar op ongeveer € 279. Voor kinderen van 6 tot en met 11 jaar ligt het bedrag iets hoger, namelijk rond € 339. Zit je kind in de categorie 12 tot en met 17 jaar, dan praat je over ongeveer € 399 per kwartaal. Voor twee kinderen tel je de bedragen per kind bij elkaar op. Heb je bijvoorbeeld twee kinderen van 4 en 8 jaar, dan ontvang je in totaal € 279 plus € 339, dus € 618 per drie maanden. Wanneer beide kinderen even oud zijn, vermenigvuldig je gewoon het bedrag van hun leeftijdsgroep.
Uitbetaling en betaaldagen van de kinderbijslag
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) verzorgt elke drie maanden de uitkering van het geld. Dit gebeurt in januari, april, juli en oktober. Je ontvangt het bedrag altijd nadat het kwartaal is afgelopen. Als je bijvoorbeeld in januari kinderbijslag krijgt, is dat voor de maanden oktober, november en december van het jaar daarvoor. Het is goed om te weten dat de betaling altijd op een vaste dag gebeurt. Dit zorgt ervoor dat je precies weet wanneer je het geld op je rekening kunt verwachten en er rekening mee kunt houden in je uitgaven.
Wanneer kan de hoogte van kinderbijslag wijzigen?
De hoogte kan variëren en is niet altijd hetzelfde. Als je kind een volgende leeftijdsgroep bereikt na zijn verjaardag, verandert je uitkering. Geef deze verandering altijd op tijd door bij de SVB. Ook als je kind bijvoorbeeld verhuist naar het buitenland of ergens anders gaat wonen, heeft dat invloed op de betaling. Voor kinderen met een zware beperking bestaat in sommige situaties de kans op een dubbele kinderbijslag. Controleer daarom af en toe je situatie. Zo weet je zeker dat je het juiste ontvangt en voorkom je onaangename verrassingen.
Meest gestelde vragen over kinderbijslag voor 2 kinderen
Wanneer verandert mijn kinderbijslag voor 2 kinderen?
Je kinderbijslagbedrag verandert wanneer een van je kinderen een nieuwe leeftijdscategorie ingaat, bijvoorbeeld van 5 naar 6 jaar of van 11 naar 12 jaar. Dit geldt per kwartaal, vanaf het eerstvolgende kwartaal na de verjaardag van je kind.
Wat doe ik als ik een kind krijg tijdens een lopend kwartaal?
Krijg je een kind in een lopend kwartaal, dan start het recht op kinderbijslag op de eerste dag van het kwartaal dat volgt op de geboorte. Wordt je baby in februari geboren, dan krijg je kinderbijslag vanaf april.
Moet ik zelf kinderbijslag aanvragen voor mijn tweede kind?
Na de geboorte van je eerste kind krijg je automatisch een bericht van de SVB om de kinderbijslag aan te vragen. Voor een volgend kind wordt de uitkering meestal automatisch aangepast als je al kinderbijslag ontvangt. Controleer dit altijd via de gegevens bij de SVB.
Is kinderbijslag belastbaar inkomen?
Kinderbijslag geldt niet als inkomen en je betaalt er geen belasting over. Het heeft ook geen invloed op de hoogte van andere toeslagen die je ontvangt.
Blijft de kinderbijslag hetzelfde als een van mijn kinderen 18 wordt?
Wanneer een kind 18 jaar wordt, stopt de kinderbijslag voor dat kind. Je ontvangt dan alleen nog voor het andere kind kinderbijslag, volgens het bedrag dat past bij zijn of haar leeftijd.
Lees hier
Wat kinderen graag eten: favorieten aan tafel
Niene -
maart 6, 2026
Algemeen weten we dat kinderen hun eigen voorkeuren hebben als het om eten gaat.
Kleurrijke en herkenbare maaltijden spreken aan
Een bord vol kleur valt bij kinderen vaak goed in de smaak. Denk aan rode tomaatjes, oranje worteltjes of gele paprika. Niet alleen ziet dit er vrolijk uit, het helpt ook om eten aantrekkelijk te maken. Bekende vormen geven vaak vertrouwen. Pannenkoeken, pasta, patat en poffertjes zijn hier voorbeelden van. Veel kinderen kiezen deze opties graag, omdat ze deze smaken al vaak hebben gegeten. Nieuwe dingen proberen vinden veel kinderen soms een beetje spannend. Gerechten die ze al kennen geven daarom vaak een veilig gevoel. Door een bekende saus over eten te doen, zoals tomatensaus of een beetje appelmoes, kunnen kinderen makkelijker groenten proberen.
Fruit is vaak een grote favoriet
Appel, banaan en druiven staan bij veel kinderen bovenaan het lijstje. Fruit is zoet, sappig en makkelijk te eten. Uit onderzoek blijkt dat fruit regelmatig een tussendoortje is voor kinderen. Ook een bakje aardbeien, blokjes meloen of mandarijnpartjes worden graag genomen. Door fruit stukjes aantrekkelijk te presenteren, bijvoorbeeld in een leuk bakje of op een stokje, maken ouders het fruit nog leuker om te eten. In de supermarkt kiezen kinderen snel hun eigen favorieten. Omdat fruit van nature zoet is, is het een goede keuze voor een gezond tussendoortje. Maak er af en toe een echt feestje van, bijvoorbeeld door samen een kleurrijke fruitspies te maken.
Pizza, pasta en pannenkoeken: de klassiekers
Italiaanse gerechten zoals pizza en pasta zijn in veel gezinnen geliefd. Een bord spaghetti met rode saus, macaroni of lasagne wordt regelmatig met een glimlach naar binnen gewerkt. Ook pannenkoeken staan op veel kinderfeestjes of verjaardagen op het menu. Deze klassiekers brengen herkenning en bieden ruimte voor variatie. Kinderen stoppen soms graag hun favoriete ingrediënten op de pizza of kiezen zelf wat er op de pannenkoek mag. Bakken en versieren geeft een gevoel van trots en maakt het eten leuk. Zelfs als er kleine stukjes groente op de pizza liggen, vinden veel kinderen dat ineens een stuk lekkerder. Kleurrijke garnering op pasta of pizza, zoals tomaat, komkommer of paprika, maakt het gerecht extra vrolijk. Kies je voor volkoren pasta of voeg je wat extra groenten toe? Zo wordt het gerecht net iets gezonder zonder dat de smaak verandert.
Groenten leren waarderen doe je met kleine stapjes
Veel ouders kennen het: een bord vol groente waar hun kind niet aan begint. Toch zijn er trucs om dit makkelijker te maken. Kleine porties en verschillende vormen uitproberen helpen vaak goed. Worteltjes in reepjes, bloemkoolroosjes of komkommer schijfjes eten veel kinderen graag omdat ze een handige vorm hebben om vast te houden. Sommige kinderen vinden rauwe groenten lekkerder, omdat ze dan knapperig zijn. Dippen in een yoghurtsausje of hummus helpt om groente aantrekkelijker te maken. Ook samen koken geeft vaak succes. Als een kind mag helpen bij het snijden of wassen van groenten, eet het sneller een hapje mee. Geef kinderen de tijd om nieuwe smaken te leren herkennen. Het kan soms tot tien keer duren voordat ze echt wennen aan een nieuwe smaak. Belangrijk is het om positief te blijven, niet te dwingen en kleine stapjes te zetten.
Gezond en gemakkelijk tussendoor
Tussendoortjes zijn een belangrijk onderdeel van het eetpatroon van kinderen. Gezonde keuzes zoals fruit, een rijstwafel of een handje rozijntjes doen het vaak goed. Voor een dagje uit kiezen veel ouders voor een stukje komkommer, snoeptomaatjes of een banaan. Ook zijn wraps met kip, kaas en sla erg populair als gezonde snacks. Koekjes, chocolade of chips horen daar niet standaard bij, maar het kan soms natuurlijk wel een keer tijdens een feestje of op een speciale dag. Door op vaste tijden te eten en niet de hele dag door te snacken, blijven kinderen beter op gewicht en leren ze regelmaat. Water en melk zijn de beste keuzes bij het drinken tussendoor. Gezoete dranken worden het liefst zo veel mogelijk beperkt.
Veelgestelde vragen over wat eten kinderen graag
Waarom vinden kinderen veel groenten niet lekker? Kinderen vinden groenten soms te bitter of ze zijn niet gewend aan de nieuwe smaak. Door groenten langzaam vaker aan te bieden, kunnen kinderen eraan wennen en het leren waarderen.
Hoe kan ik mijn kind stimuleren om meer groente te eten? Maak van groenten eten een leuke bezigheid, bijvoorbeeld door samen te koken of kleine stukjes te serveren met een dipsausje. Blijf het vriendelijk aanbieden zonder te forceren.
Welke maaltijden zijn veilig voor kieskeurige eters? Pasta, pannenkoeken en pizza zijn algemeen geliefd bij kinderen. Je kun hier extra ingrediënten aan toevoegen, zodat ze toch gevarieerd eten leren kennen.
Wat zijn gezonde populaire tussendoortjes voor kinderen? Stukjes fruit, rauwkost zoals wortel of tomaat, een rijstwafel of een boterham zijn gezonde keuzes waar veel kinderen blij van worden.
Lees hier
De bijzondere mijlpaal: zo en wanneer gaan kinderen lopen
Niene -
maart 5, 2026
Het algemeen bekende beeld van een kind dat zijn eerste stapjes zet, roept bij veel ouders warme gevoelens op. Het moment waarop een kind leert lopen, is voor veel gezinnen speciaal en spannend tegelijk. Toch zijn er vaak vragen over wanneer een kind ongeveer begint met lopen, en of het normaal is als het later of eerder gebeurt dan bij anderen. Elk kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo, maar er zijn een aantal dingen die je hierover kunt weten en herkennen.
De gemiddelde leeftijd waarop kinderen leren lopen
Niet ieder kind begint op dezelfde leeftijd met lopen, maar de meeste kinderen zetten hun eerste losse stapjes tussen de negen en vijftien maanden. Dit is algemeen zo bij kinderen wereldwijd, ongeacht waar ze opgroeien. Sommige kinderen zijn sneller en beginnen al na negen maanden, terwijl andere kinderen rustig de tijd nemen en pas na anderhalf jaar echt gaan lopen. Rond het eerste levensjaar zijn veel baby’s bezig met het optrekken aan meubels of volwassenen. Stap voor stap bouwen ze vertrouwen op om ook los te staan en te bewegen. Dit alles hoort bij hun normale groei.
Het proces van kruipen tot lopen
De weg naar lopen bestaat uit verschillende fases. Meestal beginnen kinderen rond de zes tot tien maanden met omrollen, daarna tijgeren of kruipen. Daarna zittend rechtop blijven zitten, en uiteindelijk proberen ze zich optrekken aan iets stevigs zoals een tafel of de handen van een volwassene. Zodra de beenspieren voldoende zijn ontwikkeld en het kind durft los te staan, volgen de eerste wiebelige stapjes. Lopen gaat eerst nog langzaam en wankel. Vaak spreidt een kind de armpjes uit voor balans. In het begin valt een kind nog wel eens, dat hoort bij het leren. Na een tijdje krijgen kinderen meer kracht en durf. Ze worden sneller en kunnen zelfs kleine stukjes rennen achter ouders of een bal aan.
Verschillen tussen kinderen zijn normaal
Sommige ouders maken zich zorgen als hun kind nog niet loopt, terwijl kinderen in de omgeving het wel al kunnen. Het is belangrijk om te weten dat er veel verschillen zijn tussen kinderen, ook bij broertjes en zusjes kan dit zo zijn. Niet iedereen groeit of leert precies op hetzelfde moment. Wanneer je kind gezond is, goed groeit en zich verder goed beweegt, is later of juist vroeg lopen geen probleem. Ook het temperament van een kind speelt mee. Rustige kinderen nemen graag de tijd voor ze iets nieuws proberen, terwijl anderen durven te vallen en weer opstaan. Blijf je zorgen houden? Dan is het altijd goed om te overleggen met het consultatiebureau of de huisarts voor geruststelling.
Hoe je je kind kunt ondersteunen bij leren lopen
Een kind leert het beste lopen als het daar de ruimte en tijd voor krijgt. Zorg voor een veilige omgeving waar je kind kan oefenen. Leg spullen waar je kind zich veilig aan op kan trekken niet te hoog en zorg dat de vloer niet glad is. Goede schoenen zijn nog niet meteen nodig, kinderen hebben het liefst blote voeten bij hun eerste stapjes omdat dat beter grip geeft en de voetjes helpt ontwikkelen. Moedig aan, geef je kind het vertrouwen door te glimlachen en enthousiast te reageren op elk stapje. Laat je kind veel zelf proberen. Houd het vast aan de hand of laat het met een loopwagentje oefenen als dat prettig voelt. Elk kind pakt het op zijn eigen manier op, dus geef rustig de tijd en geniet van dit proces samen.
De meest gestelde vragen over wanneer kinderen gaan lopen
Mijn kind loopt nog niet terwijl het al vijftien maanden is. Is dat een probleem?
Het is heel normaal dat kinderen tussen de negen en achttien maanden leren lopen. Sommige kinderen nemen hier wat langer de tijd voor. Als je kind gezond is, verder goed beweegt en groeit, is er meestal geen reden tot zorg. Twijfel je, neem dan contact op met het consultatiebureau.
Wat kun je doen om lopen te stimuleren zonder te pushen?
Het beste wat je kunt doen, is zorgen voor een veilige oefenomgeving met genoeg ruimte. Moedig je kind aan en geef het het vertrouwen om zelf te oefenen. Je kunt je kind aan je hand mee laten lopen, of een loopwagen aanbieden om het spelenderwijs te stimuleren, maar laat je kind altijd in zijn of haar eigen tempo leren.
Is het normaal als een kind eerst kruipt en dan pas loopt, of kunnen sommigen overslaan?
Veel kinderen kruipen voordat ze leren lopen, maar er zijn er ook die het kruipen óverslaan en direct willen gaan staan en lopen. Beide manieren zijn normaal en horen er allemaal bij.
Heeft het dragen van schoenen invloed op hoe snel een kind leert lopen?
In huis leren kinderen meestal het beste lopen op blote voeten of antislip sokken. Dit versterkt de voetjes en helpt voor grip. Schoenen zijn vooral belangrijk wanneer een kind buiten gaat oefenen om de voetjes te beschermen.
Wanneer moet ik hulp zoeken als mijn kind nog niet loopt?
Als je kind op achttien maanden nog niet probeert te lopen of zich nauwelijks kan optrekken tot staan, kan het verstandig zijn om contact op te nemen met het consultatiebureau. Zij kunnen samen met jou kijken of er extra hulp nodig is.
Lees hier