De afrikaanse wilde kat (Felis lybica), ook wel Nubische kat genoemd, is een wilde katachtige die van nature voorkomt in Afrika, het Midden-Oosten en delen van Azië. Deze soort is bijzonder om één reden die hem onderscheidt van alle andere wilde katten: hij is de directe voorouder van de gewone huiskat. Wie een kat in huis heeft, heeft feitelijk een afstammeling van de afrikaanse wilde kat in zijn leven.
Lange tijd werd Felis lybica beschouwd als een ondersoort van de wilde kat (Felis silvestris), maar tegenwoordig geldt hij als een zelfstandige soort. Dat onderscheid is niet alleen wetenschappelijk interessant, het heeft ook gevolgen voor hoe onderzoekers de domesticatie van katten begrijpen.
Uiterlijk van de afrikaanse wilde kat
Op het eerste gezicht lijkt de afrikaanse wilde kat sterk op een gewone huiskat, en dat is geen toeval. Hij heeft een slank, gespierd lichaam met relatief lange poten. De vacht is zandkleurig tot lichtbruin, met vage donkere strepen of vlekken. Deze tekening varieert per regio: dieren uit droge, open gebieden zijn vaak bleker van kleur, terwijl exemplaren uit dichtere vegetatie iets donkerder kunnen zijn.
Wat hem onderscheidt van zijn gedomesticeerde neef, is zijn bouw. De afrikaanse wilde kat is gemiddeld iets groter en forsere gebouwd dan een doorsnee huiskat. De oren zijn lang en puntig, met roodachtig haar aan de binnenkant. De poten hebben donkere vlekken of banden, en de staart loopt af in een zwarte punt. Dit patroon is een handig herkenningsteken in het veld.
Leefgebied en verspreiding
De afrikaanse wilde kat komt voor over vrijwel heel Afrika, van de savannes ten zuiden van de Sahara tot aan het Middellandse Zeegebied. Ook in het Midden-Oosten en op het Arabisch Schiereiland is hij aanwezig. Hij mijdt alleen dichte regenwouden en echte woestijngebieden zonder begroeiing.
De kat is een echte opportunist als het om habitat gaat. Hij doet het goed in droge graslanden, struikgewas, rotsachtig terrein en de randen van agrarisch land. Hij heeft weinig nodig zolang er voldoende prooi is en schuilmogelijkheden zijn. Dat aanpassingsvermogen verklaart mede waarom zijn voorouders zo goed konden aarden in de buurt van vroege landbouwgemeenschappen.
Gedrag en jachtmethoden
De afrikaanse wilde kat is een solitaire en nachtactieve jager. Overdag rust hij in dichte struiken, in verlaten holen van andere dieren of tussen rotsen. Bij het vallen van de avond wordt hij actief. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit kleine knaagdieren zoals muizen en ratten, maar hij jaagt ook op vogels, reptielen en grote insecten.
Zijn jachtstijl is die van een klassieke katachtige: geduldig sluipen, dichtbij komen en daarna een snelle sprint of sprong. De lange, gevoelige snorharen helpen hem om bewegingen op te vangen in het donker. Zijn gehoor is scherp genoeg om een muis onder de grond te horen bewegen.
Mannetjes en vrouwtjes leven apart, behalve tijdens de paartijd. Een vrouwtje krijgt na een draagtijd van ongeveer 65 dagen een nest van twee tot vijf jongen. De jongen worden volledig verzorgd door de moeder en zijn na enkele maanden zelfstandig.
De link met de huiskat
De afrikaanse wilde kat is de enige wilde katsoort waarvan wetenschappelijk is vastgesteld dat hij de stamvader is van Felis catus, de gewone huiskat. Genetisch onderzoek wijst erop dat de domesticatie vermoedelijk zo’n 10.000 jaar geleden begon in het Vruchtbare Halfmaansgebied (het huidige Midden-Oosten en Egypte). Toen mensen landbouw gingen bedrijven en graan opsloegen, kwamen er knaagdieren op af. Afrikaanse wilde katten volgden die muizen, en mensen lieten ze begaan omdat de katten nuttig waren.
Wat dit verhaal bijzonder maakt: de afrikaanse wilde kat lijkt zich vrijwillig te hebben aangepast aan de mens. Hij is van nature al wat minder schuw dan andere wilde katten, en dat gedragskenmerk heeft de domesticatie waarschijnlijk mogelijk gemaakt. Je kunt hem dus zien als de schakel tussen de wilde natuur en de kat die nu op jouw bank ligt.
Bedreigingen en bescherming
De afrikaanse wilde kat staat momenteel op de Rode Lijst van de IUCN als “niet bedreigd” (Least Concern), maar dat wil niet zeggen dat er geen zorgen zijn. De grootste bedreiging voor de soort is kruising met verwilderde huiskatten. In gebieden waar mensen wonen, komen afrikaanse wilde katten regelmatig in contact met loslopende of verwilderde huiskatten. De nakomelingen van deze kruisingen zijn genetisch gemengd, en daarmee verdwijnt de “zuivere” wilde kat langzaam uit bepaalde gebieden.
Andere bedreigingen zijn habitatverlies door landbouw en menselijke bewoning, en directe vervolging. In sommige regio’s worden katten gedood omdat ze kippen of ander pluimvee aanvallen. Beschermingsprogramma’s richten zich onder meer op het steriliseren van verwilderde huiskatten in de buurt van gebieden waar wilde populaties voorkomen.
Afrikaanse wilde kat in gevangenschap
Sommige dierentuinen houden afrikaanse wilde katten als onderdeel van fokprogramma’s om genetisch zuivere exemplaren te bewaren. In het wild zijn ze moeilijk te zien door hun nachtelijke leefwijze en schuwheid voor de mens. Dat maakt ze tot een fascinerende maar weinig waargenomen soort, ook voor onderzoekers in het veld.
Wie de afrikaanse wilde kat wil bestuderen of spotten, doet dat het beste in nationale parken in landen als Botswana, Tanzania of Namibië, bij voorkeur tijdens een nachtsafari met gids. Zijn gelijkenis met een gewone tabby-huiskat maakt hem soms moeilijk te herkennen, maar de langere poten, spitsere oren en de kenmerkende donkere pootbanden geven hem altijd weg.
De afrikaanse wilde kat is een stille, onopvallende soort met een buitengewoon groot verhaal: hij is letterlijk de oorsprong van een van de meest gehouden huisdieren ter wereld. Hoe gewoon hij er ook uitziet, elke afrikaanse wilde kat in het wild is een levend stukje evolutiegeschiedenis.
Toyger kat: alles wat je moet weten over dit bijzondere ras
Scottish fold kat: alles wat je moet weten over dit bijzondere ras
Welke hond past bij mij? Zo maak je de juiste keuze