De grootste hondenrassen ter wereld zijn de Deense Dog, de Engelse Mastiff en de Sint Bernard. Deze drie staan consequent bovenaan als het gaat om hoogte, gewicht of allebei. Maar welk ras nu écht het grootst is, hangt af van hoe je “groot” meet: lengte, gewicht of schofthoogte.

Hoe meet je het grootste hondenras?

Er zijn twee manieren waarop een ras als “het grootste” wordt aangemerkt. De eerste is schofthoogte (de hoogte gemeten tot aan de schouders). De tweede is gewicht. De Deense Dog wint bijna altijd op hoogte. Een volwassen reu staat gemiddeld 80 centimeter of meer bij de schoft. De Engelse Mastiff is juist het zwaarst: volwassen mannetjes wegen regelmatig tussen de 70 en 100 kilogram. De Sint Bernard zit er qua gewicht tussenin, maar is door zijn brede bouw en dikke vacht erg indrukwekkend van postuur.

De negen grootste hondenrassen op een rij

Hieronder staan de negen rassen die wereldwijd bekendstaan als de grootste. Per ras zie je de belangrijkste kenmerken op een rij.

  • Deense Dog: gemiddeld 75 tot 86 cm schofthoogte, gewicht rond de 50 tot 90 kg. Bekend als de “Apollo van de honden”. Vriendelijk en rustig van karakter, maar heeft veel ruimte nodig.
  • Engelse Mastiff: schofthoogte gemiddeld 70 tot 76 cm, gewicht 70 tot 100 kg of meer. Het zwaarste ras ter wereld. Lief en trouw, maar ook behoorlijk lui van nature.
  • Sint Bernard: 65 tot 75 cm schofthoogte, gewicht 64 tot 120 kg. Bekend van de reddingshonden in de Alpen. Geduldig en goed met kinderen.
  • Ierse Wolfshond: schofthoogte gemiddeld 79 tot 86 cm, gewicht 40 tot 70 kg. Een van de langste rassen, al is hij minder zwaar dan de Mastiff. Rustig en zachtaardig.
  • Newfoundlander: schofthoogte 66 tot 71 cm, gewicht 60 tot 70 kg. Uitstekende zwemmer, bekend om zijn rustige en zorgzame karakter.
  • Leonberger: schofthoogte 65 tot 80 cm, gewicht 40 tot 75 kg. Lijkt op een leeuw door zijn manen. Speels en intelligent.
  • Kaukasische Ovcharka: schofthoogte 67 tot 75 cm, gewicht 45 tot 80 kg. Oorspronkelijk gebruikt als waakhond in de Kaukasus. Sterk en dominant, niet geschikt voor beginnende hondenbezitters.
  • Tibetaanse Mastiff: schofthoogte 61 tot 76 cm, gewicht 45 tot 75 kg. Imposant dier met een dikke vacht. Onafhankelijk en soms koppig.
  • Berner Sennenhond: schofthoogte 58 tot 70 cm, gewicht 32 tot 52 kg. De kleinste van dit rijtje, maar toch aanzienlijk van formaat. Familiehond bij uitstek, populair in Nederland.

Waar moet je op letten bij een groot hondenras?

Grote honden leven gemiddeld korter dan kleine rassen. Een Deense Dog of Engelse Mastiff wordt vaak maar 7 tot 10 jaar oud. Sint Bernards en Ierse Wolfshonden halen gemiddeld 8 tot 10 jaar. Dat is iets om eerlijk bij stil te staan voor je zo’n ras aanschaft.

De kosten zijn ook aanzienlijk hoger dan bij een kleinere hond. Een groot ras eet twee tot vier keer zoveel als een gemiddelde hond. Dierenartsvissites kosten meer omdat medicijnen en verdoving op gewicht worden gedoseerd. Een operatie voor een Mastiff kost al snel het dubbele van dezelfde ingreep bij een middelgrote hond.

Ruimte is een ander punt. Een Deense Dog of Newfoundlander voelt zich niet thuis in een kleine stadswoning zonder tuin. Deze honden hebben wel beweging nodig, maar zijn van nature vaak rustig binnenshuis. Een Kaukasische Ovcharka is als bewaker gefokt en heeft een duidelijke, ervaren eigenaar nodig die consistent grenzen stelt.

Welk groot ras past bij jou?

Dat hangt af van wat je zoekt. Wil je een rustige, familiehond die ook met kinderen overweg kan? Dan zijn de Sint Bernard, de Newfoundlander of de Leonberger goede keuzes. Wil je een hond die echt indruk maakt op hoogte? Kijk dan naar de Deense Dog of de Ierse Wolfshond. Ben je een ervaren hondenbezitter die ook een waakhond wil? Dan is de Kaukasische Ovcharka of de Tibetaanse Mastiff een optie, al vragen die rassen veel kennis en consistentie.

Wat voor alle grote rassen geldt: ze zijn niet goedkoop, niet klein en ze leven relatief kort. Dat klinkt zwaar, maar veel eigenaren van grote honden zeggen dat de bijzondere band die je met zo’n indrukwekkend dier opbouwt, dat alles ruimschoots compenseert.